Cursus Redactievaardigheden

Voor redacteuren knelt de tijd bijna altijd. Deadlines zijn onverbiddelijk en redigeren is meestal een van de laatste stappen in het tekstproces. Hoe ga je om met deze tijdsdruk en de hoge eisen die desondanks aan je werk worden gesteld? In deze cursus leer je een handige aanpak bij het redigeren, zodat je met recht trots kunt zijn op de teksten die je onderhanden hebt genomen.

Inhoudsopgave

Waarom een cursus Redactievaardigheden?

Je staat voor kwaliteit en wilt graag een perfect geredigeerde tekst afleveren. Maar dat is niet eenvoudig, want redigeren is een lastige taak die je volledige concentratie vereist. Aan de ene kant moet je letten op de grote lijn van de tekst en aan de andere kant mag geen enkel detail je ontgaan. Deze cursus helpt je om in korte tijd toch het maximale aan een tekst te doen. Daarmee geef je jouw teksten precies die kwaliteit die je belangrijk vindt.

Leerdoelen

Na de cursus heb je het volgende bereikt:

  • Je pakt het redactiewerk op een efficiënte en effectieve manier aan.
  • Je ziet welke redactionele aanpassingen nodig zijn en kunt die aanbrengen. 
  • Je voelt je zekerder bij het redigeren.
  • Je kunt constructieve feedback geven aan schrijvers over de noodzakelijke aanpassingen in een tekst.

Voor wie is de cursus Redactievaardigheden?

Deze cursus is bestemd voor (eind)redacteuren, communicatiemedewerkers en andere medewerkers die redactiewerkzaamheden uitvoeren. Ook als je graag redacteur wilt worden, ben je welkom in deze cursus.

Onze werkwijze

De cursus is zo opgezet dat deze goed aansluit bij je eigen werkpraktijk en leerwensen. Om je redactievaardigheden flink aan te scherpen, wordt er veel geoefend. Voor de start van de cursus ontvang je een intakevragenlijst. Hierin geef je aan wat je als lastig ervaart bij jouw redactiewerk. Ook vermeld je welke onderwerpen in de cursus voor jou het belangrijkste zijn. Na afronding van deze cursus ontvang je een officieel certificaat.

Inhoud van de cursus Redactievaardigheden

De programmaonderdelen worden afgestemd op de leerwensen van de groep. De volgende onderwerpen kunnen in de cursus aan bod komen:

  • De plaats van te redigeren teksten in het tekstproductieproces. 
  • Werken met een planning en deadlines.
  • De afstemming met de schrijver(s).
  • Constructieve feedback geven aan de schrijver(s).
  • Een efficiënte en effectieve aanpak van jouw redactiewerk.
  • De tekststructuur logisch en overzichtelijk maken.
  • De titels en koppen ladingdekkend en pakkend maken.
  • Kaders en streamers toevoegen.
  • De lead/intro aantrekkelijk maken.
  • Samenhang in en tussen alinea’s aanbrengen (verbindingswoorden).
  • De schrijfstijl laten aansluiten bij de lezer.
  • Welke schrijfstijl past bij jouw organisatie?
  • Eigentijdse begin- en eindzinnen gebruiken.
  • Een passende aanhef en afsluiting in brieven en e-mails.
  • Stijlfouten herkennen en verbeteren (contaminaties, pleonasmen en tautologieën).
  • Zinnen begrijpelijk maken (lange zinnen en tangconstructies).
  • Actief en passief schrijven (wij besluiten/er is besloten). 
  • Bondig schrijven (overbodige woorden zoals zullen/zouden weghalen).
  • Jouw werkwoorden laten werken (vermijden van de naamwoordstijl).
  • Verouderde woorden en uitdrukkingen vervangen (doch, welke, niettegenstaande).
  • Moeilijke woorden vervangen door begrijpelijke.
  • Aandacht voor vaktermen.
  • Gewone voorzetsels gebruiken (voor in plaats van ten behoeve van).
  • Omgaan met Engelse woorden in een Nederlandse tekst.
  • De goede verwijswoorden gebruiken (de raad en zijn/haar leden).
  • Het verschil tussen dat en wat, hen en hun, als en dan.
  • Enkelvoud of meervoud gebruiken (aantal is of aantal zijn). 
  • Vaste voorzetsels toevoegen  (er op vertrouwen/erop vertrouwen). 
  • De volgorde van werkwoorden (is geweest/geweest is).
  • Regels voor de tussen-n en tussen-s.
  • Aan elkaar schrijven, los of een koppelteken?
  • Betekenisverschil tussen los en vast (ten slotte/tenslotte).
  • Gebruik van trema’s. 
  • C of k? (product/produkt).
  • Regels voor het gebruik van hoofdletters.
  • Omgaan met afkortingen (NB/N.B./n.b.).
  • Getallen wel of niet voluit zetten.
  • De interpunctie aanpassen.
  • Puntsgewijze opsommingen herschrijven.
  • Resterende taalkwesties.

Meld je aan