Examenreglement

Algemeen

Artikel 1.1 Reikwijdte van het reglement 

Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en de examens van de opleidingen en cursussen van schrijfschool Scriptplus, verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam.

Deze regeling is van toepassing op de personen die staan ingeschreven bij Scriptplus en als zodanig deelnemen aan een van de opleidingen of cursussen, en op de personen die verzoeken om toegelaten te worden tot het schrijfonderwijs van Scriptplus.

Met ‘cursist’ wordt bedoeld een ieder die is toegelaten voor een cursus of opleiding en daarvoor blijkens Scriptplus geschikt is op grond van bewijsmateriaal dat daartoe vooraf is overhandigd ter beoordeling. Een tussentijdse wijziging behoeft de voorafgaande instemming van het bestuur van Scriptplus.

Artikel 1.2 Vaststelling en looptijd van het reglement 

 Het reglement geldt voor de duur van een studiejaar, lopend van 1 september tot en met 31 augustus in het daarop volgende kalenderjaar. Gedurende het studiejaar kan het reglement niet worden gewijzigd, tenzij dit als gevolg van overmacht noodzakelijk is en cursisten daar niet onevenredig door worden benadeeld.

Het bestuur van Scriptplus wordt jaarlijks tijdig in de gelegenheid gesteld het reglement te beoordelen. De opleidingscoördinator ontvangt een afschrift van dit oordeel door het bestuur van Scriptplus.

Toelating tot opleidingen en cursussen

Artikel 2.1 Vooropleidingseisen

De opleidingen en cursussen worden aangeboden op hbo-niveau. Het is echter niet noodzakelijk dat iemand beschikt over diploma’s of certificaten die aansluiten bij dit niveau. Kandidaten worden beoordeeld op basis van door hen vooraf ingeleverd eigen schrijfmateriaal.

Na inschrijving geldt de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen.

Onderwijsprogramma

Artikel 3.1 Doelstelling van het schrijfonderwijs

Met het onderwijs van Scriptplus wordt beoogd de cursist zodanig kennis, houding en vaardigheden bij te brengen op het terrein van schrijven dat deze bij het voltooien van een opleiding of cursus beter in staat is tot de professionele uitvoering van taken op dat gebied en tevens in aanmerking komt voor een eventuele voortgezette opleiding of cursus. Na voltooiing van een opleiding of cursus heeft de cursist de leerdoelen behaald die horen bij een opleiding of cursus.

Artikel 3.2 Inrichting en studielast van het schrijfonderwijs

De opleidingen en cursussen zijn deeltijds ingericht. De duur van elke bijeenkomst varieert van tweeëneenhalf uur tot vijf uur.

De frequentie van de opleidingen en cursussen zijn wekelijks, tweewekelijks of maandelijks.

De studielast varieert van gemiddeld een dagdeel tot een dag per week.

De opleiding Proza voor Kinderen en de opleiding Verhalend Proza beslaan drie jaar:

  • Eerste niveau: duur halfjaar (= één semester); frequentie: veertiendaags; acht bijeenkomsten, van elk 3 uur.
  • Tweede niveau: duur halfjaar (= één semester); frequentie: veertiendaags; acht bijeenkomsten, van elk 3 uur.
  • Derde niveau: duur één jaar (= twee semesters); frequentie: maandelijks; acht bijeenkomsten, van elk 3 uur.
  • Vierde niveau: duur één jaar (= twee semesters); frequentie: maandelijks; acht bijeenkomsten, van elk 3 uur.

Zowel de opleiding Proza voor Kinderen als de opleiding Verhalend Proza kent een studielast van gemiddeld een dagdeel per week.

De opleiding Docenten Opleiding Creatief Schrijven beslaat anderhalf jaar (= drie semesters):

  • Eerste semester: veertiendaagse frequentie; negen bijeenkomsten, van elk 5 uur.
  • Tweede semester: veertiendaagse frequentie; negen bijeenkomsten, van elk 5 uur.
  • Derde semester: veertiendaagse frequentie; negen bijeenkomsten, van elk 5 uur.

De opleiding Docenten Opleiding Creatief Schrijven kent een studielast van gemiddeld een dag per week.

  • Een cursus telt acht bijeenkomsten, van elk tweeënhalf uur. Frequentie: wekelijks of veertiendaags.

De studielast per cursus ligt gemiddeld op een dagdeel per week.

Artikel 3.3 Voer- en onderwijstaal

Het onderwijs wordt gegeven in het Nederlands, tenzij nadrukkelijk en tijdig anders aangegeven.

Desgewenst kan gebruik worden gemaakt van Engelstalige literatuur.

Artikel 3.4 Voorzieningen voor student met een functiebeperking

Aan studenten met een functiebeperking wordt een onderwijsomgeving aangeboden die zo veel als mogelijk gelijkwaardig is aan die van cursisten zonder functiebeperking en die gelijkwaardige kansen op studiesucces biedt. 

Getuigschrift

Artikel 4.1 Toekenning getuigschrift

Na een opleiding of cursus naar het oordeel van de docent goed te hebben doorlopen, krijgt een cursist een getuigschrift. Op elk getuigschrift van een opleiding of cursus staat vermeld dat de cursist een opleiding of cursus met goed gevolg heeft doorlopen. 

Alle onderwijseenheden op het vlak van schrijven dienen ertoe om de professionalisering op dit vlak te verbeteren. Een getuigschrift leidt niet tot een officiële kwalificatie of bevoegdheid, d.w.z. een getuigschrift van Scriptplus is niet wettelijk erkend, branche-erkend of EVC-waardig.

Artikel 4.2 Afgifte getuigschrift

Het getuigschrift wordt aan een cursist door de directeur uitgereikt, direct na de laatste les. De directeur kan in voorkomende gevallen deze taak delegeren aan de betrokken docent.

Artikel 4.3 Ondertekening getuigschrift

Het getuigschrift wordt ondertekend door:

  • a. de betrokken docent
  • b. de directeur
  • c. de cursist

Doel en vorm van toetsen

Artikel 5.1 Opleidingen

In een opleiding gaat het om het behalen van expliciet geformuleerde leerdoelen, die aan het einde ervan worden getoetst. De leerdoelen vormen het toetsingskader ter beoordeling.

Getoetst kan worden op de volgende wijzen:

  • aan de hand van de schriftelijk gemaakte opdrachten.
  • aan de hand van een mondelinge eindtoets.

Het eerste semester van de opleiding Proza voor Kinderen en de opleiding Verhalend Proza heeft als doel:

  • a. oriënterend
  • b. verwijzend
  • c. selecterend 

Het assessment voorafgaand aan de opleiding Docenten Creatief Schrijven heeft als doel:

  • a. oriënterend
  • b. verwijzend
  • c. selecterend

Artikel 5.2 Cursussen

In een cursus gaat het om het behalen van expliciet geformuleerde leerdoelen, die aan het einde ervan worden getoetst. De leerdoelen vormen het toetsingskader ter beoordeling.

Getoetst kan worden op de volgende wijzen:

  • aan de hand van de schriftelijk gemaakte opdrachten.
  • aan de hand van een mondelinge eindtoets.

Artikel 5.3 Frequentie van toetsen

Getoetst wordt er aan de hand van tussentijdse toetsen en een eindtoets. 

Tussentijdse – schriftelijke – toetsen vinden plaats aan de hand van door de docent verstrekte opdrachten, maar ook aan de hand van door de student zelf ingebrachte cases.

De frequentie van de tussentijdse toetsen bepaalt de docent.

De eindtoets vindt plaats in de laatste bijeenkomst van een cursus of niveau cq. semester van een opleiding. Een cursist wordt door de docent tijdens deze bijeenkomst geïnformeerd over de beoordeling en de docent geeft inzage in de wijze van beoordelen aan de hand van het toetsingskader, dat gebaseerd is op de leerdoelen.

Er is sprake van één eindtoets, die één keer mag worden herkanst. De herkansing vindt plaats binnen twee weken na afloop van de onderwijseenheid. De docent geeft aan wanneer binnen deze termijn de herkansing schriftelijk ingeleverd moet zijn.

Artikel 5.4 Vaststelling van de beoordelingen

De beoordeling geschiedt voor elke cursist afzonderlijk. De docent stelt de beoordeling vast aan de hand van de leerdoelen.

De docent oordeelt of tussentijdse opdrachten goed zijn uitgevoerd. Zo nodig behoort een cursist een opdracht te verbeteren indien de docent deze onvoldoende acht met het oog op de voortgang tijdens een opleiding of cursus. 

Tussentijdse toetsen zijn van invloed op de eindbeoordeling in zoverre er sprake is van een onderdeel van deze eindbeoordeling. De docent bepaalt de wijze waarop dat gebeurt.

Een docent van een bepaald niveau van de opleiding Proza voor Kinderen of de opleiding Verhalend Proza beslist of een cursist doorgang krijgt naar het volgende niveau.

De eindbeoordeling betreft een eindopdracht, die betrekking heeft op het behalen van de leerdoelen. 

In het geval van de opleiding Proza voor Kinderen en de opleiding Verhalend Proza is de eindopdracht een manuscript of een uitgewerkte opzet daarvan. 

In het geval van de opleiding Docenten Creatief Schrijven is de eindopdracht het samenstellen van een portfolio. De toetsing vindt plaats aan de hand van een eindgesprek, met als beoordelaars een docent van de opleiding, een vertegenwoordiger uit het beroepenveld en de directeur of een schrijfdocent van de Hogeschool van Amsterdam. De beoordeling wordt aan de cursist kenbaar gemaakt direct na het eindgesprek.

In het geval van een cursus is de eindopdracht een schrijfopdracht (van enkele pagina’s) of de uitwerking van een casus (beschrijving van enkele pagina’s).

Een docent rapporteert aan de directeur over de beoordelingen en geeft deze desgewenst inzage in de totstandkoming daarvan.

Indien een cursist het niet eens is met de uitslag, kan een ‘second opinion’ door hem of haar worden aangevraagd. Dit verzoek richt de cursist tot de directeur, die zorg draagt voor een tweede beoordelaar, d.w.z. docent van het onderhavige vakgebied, verbonden aan de schrijfschool.

Artikel 5.5 Het verlenen van vrijstellingen

De cursist die in aanmerking wil komen voor een vrijstelling dient hiertoe per mail een gemotiveerd verzoek in bij de directeur voor aanvang van het onderwijs in de onderwijseenheid waarvoor de vrijstelling wordt aangevraagd. Bij het verzoek moeten bewijsstukken worden overlegd om aan te tonen dat reeds is voldaan aan de vereisten voor de onderwijseenheden waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.

De directeur bepaalt, aan de hand van de overlegde bewijsstukken, in samenspraak met een docent van de desbetreffende onderwijseenheid, of aan een aanvraag voor vrijstelling wordt voldaan voor de onderwijseenheid in kwestie of onderdelen daarvan.